En hoe zit het met Prozac?

Jonge muizen die enige tijd het antidepressivum Prozac slikken, ontwikkelen zich tot bangere en depressievere muizen dan hun soortgenootjes. Reden te meer om voorzichtig te zijn met het voorschrijven van antidepressiva aan jonge kinderen. Het is natuurlijk een paradox van jewelste. Jonge muizen die behandeld worden met Prozac, het 'gouden' antidepressivum dat eind jaren tachtig op de markt kwam, blijken later in hun leven angstiger en depressiever te zijn dan hun onbehandelde soortgenootjes. En dat was nou net niet de bedoeling van het middel.
In het tijdschrift Science van deze week doen psychiater Jay Gingrich en collega's van de Columbia State University in New York verslag van hun onthutsende muizenexperiment. Vanaf hun vierde dag tot en met hun derde levensweek kregen de muisjes van Gingrich dagelijks óf een onschuldige zoutoplossing ingespoten, óf een injectie met het antidepressivum. Negen weken na de laatste injectie werden de muisjes aan een serie gedragstesten onderworpen om hun gemoedstoestand te kunnen bepalen.
De Prozac-muisjes bleken allereerst een stuk huiveriger te zijn voor nieuwe situtaties dan de muizen die geen Prozac hadden gekregen. Ze toonden in een doolhof bijvoorbeeld minder onderzoekend gedrag. Ook treuzelden ze langer met eten als ze dat in een nieuwe ruimte voorgeschoteld kregen. En als een gedeelte van de kooi onder stroom werd gezet, leerden ze veel langzamer dan hun soortgenootjes dat gedeelte van de kooi te vermijden. Allemaal tekenen van angst en depressie, schrijven de onderzoekers.

Het niet-volgroeide brein lijkt dus op een andere manier te reageren op Prozac dan het volwassen brein. Reden voor Gingrich om tot grote voorzichtigheid te manen: "Het gebruik van [dergelijke middelen] door zwangere vrouwen en jonge kinderen kan leiden tot emotionele stoornissen later in het leven."
En dat voegt weer een nieuwe dimensie toe aan de controverse over het voorschrijven van antidepressiva aan kinderen. In Nederland slikken vier op de duizend kinderen onder de achttien antidepressiva. Het grootste deel daarvan komt op rekening van SSRI's, serotonine-heropname-remmers, zoals Prozac. Ze blokkeren de heropname van serotonine, waardoor deze boodschappermoleculen langer beschikbaar blijven in de hersenen. Deze middelen zijn echter niet geregistreerd voor gebruik bij kinderen onder de achttien. Het voorschrijven gebeurt, zoals dat heet, 'off-label'.
Maar de onderzoeken waaruit de effectiviteit van deze middelen bij kinderen zou blijken, rammelen aan alle kanten. Het meest stuitend zijn de pogingen van geneesmiddelengigant GlaxoSmithKline, producent van de veelvuldig voorgeschreven serotonine-heropname-remmer Seroxat, om hen niet welgevallige onderzoeksresultaten onder het tapijt te moffelen. Pas vorig jaar verstrekte de fabrikant onder druk de resultaten van klinische trials uit de eerste helft van de jaren negentig, waaruit blijkt dat kinderen die Seroxat slikken, meer zelfmoordneigingen hebben. In februari 2004 lekte een geheim memo uit waarin Glaxo schreef dat de verspreiding van deze gegevens goed gemanaged moest worden, om 'eventuele negatieve commerciële gevolgen te minimaliseren.' In juni spande de openbare aanklager van de staat New York, Eliot Spitzer een rechtszaak aan tegen de geneesmiddelenfabrikant, die bijna 5 miljard dollar per jaar verdient aan de verkoop van Seroxat.
Een half jaar geleden zetten de medische vaktijdschriften The Lancet en het British Medical Journal de zaken eens op een rij. Het oordeel was hard. BMJ vergeleek zes studies naar het effect van SSRI's bij kinderen met een depressie, en concludeert dat de positieve effecten van SSRI's bij kinderen met een depressie sterk overdreven worden. Vaak werkt een neppil zelfs beter. De negatieve effecten worden juist als minder ernstig weergegeven dan ze zijn. Het effect van de antidepressiva is ronduit twijfelachtig, constateren zij, en het gebruik ervan weegt niet op tegen de risico's.
De onderzoekers uit The Lancet wisten de hand te leggen op een aantal níet gepubliceerde studies, en ook hier zijn de conclusies niet mis. In een hoofdredactioneel commentaar heet het dat 'het onderzoek naar de werking van SSRI's bij kinderen wordt gekenmerkt door misleiding en manipulatie', en dat er op grote schaal misbruik is gemaakt van het vertrouwen van patiënten, artsen, en de vrijwilligers die aan de klinische trials deelnamen.

Slechts één van de zeven SSRI's die momenteel op de markt is, komt er goed vanaf in het Lancet-artikel. En dat is vreemd genoeg - met het muizenonderzoek van Jay Gingrich in het achterhoofd - Prozac.
Nu valt er wel wat af te dingen op het onderzoek van Gingrich. Zijn muizen krijgen op wel érg jonge leeftijd Prozac - drie muizenweken zijn vergelijkbaar met acht mensenjaren. Het commentaar van Gingrichs collega John Mann, eveneens psychiater aan Columbia University, luidt dan ook: "Dit [onderzoek] heeft niets te maken met het vraagstuk van SSRI's bij kinderen, omdat kinderen deze middelen pas op veel latere leeftijd krijgen." Daar staat tegenover dat het mensenbrein, in tegenstelling tot dat van de muis, zich blijft ontwikkelen tot ver in de puberteit. En daarmee navenant kwetsbaar is voor chemische invloeden van buitenaf.
Een woordvoerder van de producent van Prozac, Eli Lilly, liet de nieuwsdienst van de BBC weten dat er 'grote voorzichtigheid moet worden betracht bij het interpreteren van muizenstudies', zoals het onderzoek van Gingrich. Hij voegde eraan toe dat het bedrijf het gebruik van het middel bij kinderen overigens niet promoot.