Spreken in het openbaar
Waar herken je faalangst aan ?

Wanneer deze spanning een negatieve invloed heeft zou je het liefst willen vluchten, onzichtbaar willen zijn. De omgeving maakt dit niet mogelijk: er moeten vragen worden beantwoord, een spreekbeurt worden gehouden of een lezing worden gegeven etc. Tevens is er de machteloosheid er iets aan te doen, terwijl men weet dat men kalm moet blijven om optimaal te kunnen functioneren. De adrenaline zorgt ervoor dat de hersenen minder goed functioneren (hoe meer adrenaline er door de bijnieren wordt geproduceerd, hoe groter de neiging te willen vluchten), toch wordt er een prestatie verlangt. Dit conflict roept allerlei geestelijke, emotionele en lichamelijke spanningen op.

De reacties op faalangst kunnen zijn:

 

 

Fysiek:

het lichaam spant zich en elk persoon heeft zijn 'zwakke plek' waarop de spanning zich ent: buikpijn, spierpijn, hoofdpijn, beven, hartkloppingen, zweten, zuchten, te diep inademen. Het kunnen allemaal uitingen zijn van faalangst;

 

Cognitief:

de adrenaline zorgt ervoor dat het denken wordt geblokkeerd. Als dit verschijnsel zeer ernstig is, kan men helemaal niet meer denken. Dit noemt men dan een 'black- out'. Na het prestatiemoment verdwijnt de adrenaline uit het bloed en kan men weer denken en weet men alles weer, waar men tijdens de toets maar niet op kon komen. Andere cognitieve reacties zijn:
negatief voorspellen, doemdenken, steeds negatief evalueren, vergelijken met anderen of anderzijds extreem relativeren;

 

Gedragsreacties:

chaotisch te werk gaan, erg detaillistisch studeren, veel wiebelen, voortdurend onderbreken en weglopen, afdwalen met gedachten etc. Deze reacties kunnen opduiken zowel voordat men aan de te verwachten prestatie begint, als ook terwijl men bezig is of ook achteraf.