Het herkennen van faalangst:

Cognitieve, sociale en motorische faalangst uiten zich op verschillende manieren. In de klas
zijn het niet alleen onderpresteerders, maar ook zijn het zoals gezegd regelmatig de kinderen die juist erg perfectionistisch zijn. Ze mogen van zichzelf geen fouten maken of geen lager
cijfer halen dan een acht. Natuurlijk zijn er ook kinderen die hun onzekerheid tonen door alles nog een paar keer te komen vragen en steeds willen horen of ze op de goede weg zijn. Die onderken je het makkelijkst als faalangstig. Andere kinderen doen erg lang over om aan hun werk te gaan, ze hebben een sterke voorkeur voor bekend en makkelijk werk en mijden
nieuwe taken. En weer andere kinderen maskeren hun foutengedrag door bijvoorbeeld een overkoepelende overlevingsstrategie door bijvoorbeeld clownesk gedrag te vertonen of overdreven brutaal te doen. Kortom: faalangst uit zich in vele vormen. Soms in een veelvoud van gedragsveranderingen. Dit maakt het voor de leerkracht niet eenvoudig.

Een signaleringslijst als hulpmiddel kan de leerkracht op weg helpen.

Het goed observeren van het gedrag van de leerling en het opvangen van bepaalde signalen is dan ook van groot belang. Het levert een veelheid van gegevens op, die nodig zijn voor de begeleiding.
De volgende onderdelen kunnen ook gebruikt worden bij het herkennen faalangst:

Motorische faalangst

Men kan zeggen dat het kind bij het omcirkelen van vijf (of meer) keer het woordje 'vaak' het kind naar motorische faalangst neigt; fysiek vluchtgedrag, blokkering, terugtrekkend gedrag, onverschillig gedrag, negatief gedrag, en spanning.

Sociale faalangst

 

Je kunt spreken van sociale faalangst als het kind zes of meer 'vaak' scoort. Bij tienmaal 'soms' kan er in veel gevallen sprake zijn van deze vorm van faalangst;

Cognitieve faalangst

Bij elf of meer ingevulde 'vaak'- vakken, kan men spreken van cognitieve faalangst.
Bij ongeveer veertien omcirkelde 'soms'- woorden is het kind cognitief faalangstig.