Hoe uit een buitensporige angst zich?

Buitensporige angst uit zich in aanhoudende psychische en lichamelijke verschijnselen.

Psychische verschijnselen.

Buitensporige of "onwerkelijke" angst gaat samen met bange voorgevoelens, een gevoel van bezorgdheid, onbehagen, vrees, nervositeit, ongeduld, spanning, onrust of zelfs paniek. In het uiterste geval kan angst voor de dood, om gek te worden of de controle te verliezen iemands gedachtenwereld gaan overheersen.

Lichamelijke verschijnselen.
De lichamelijke verschijnselen kunnen voelbaar zijn in verschillende organen:
Hart en longen; kortademigheid, beklemming op de borst, hartkloppingen, versnelde hartslag en/of een gevoel van benauwdheid/verstikking.
  • Spieren; pijn, gespannenheid, beven, trillen, rillen, rusteloosheid.
  • Spijsverteringskanaal; onaangenaam gevoel in de maagstreek of buik, krampen, diarree, misselijkheid, droge mond, moeite om te slikken en/of een brok in de keel.
  • Zenuwstelsel; hoofdpijn, duizeligheid enlof een slap gevoel, slaapstoornissen, concentratieproblemen en/of licht gevoel in het hoofd.
Andere mogelijke verschijnselen

koude klamme handen, zweten, jeuk, afwisselend warm en koud, vaak plassen, slecht tegen harde geluiden of fel licht kunnen, op scherp staan, alles in de gaten moeten houden, schrikachtig, "niets meer weten", moeite met inslapen/doorslapen en prikkelbaarheid. Een aantal van bovengenoemde klachten kan ook als een symptoom van andere stoornissen optreden, zoals bijv. cafeïnevergiftiging of een verhoogde schildklierwerking. Ondanks het feit dat een angststoornis zich doorgaans zal kenmerken door een combinatie van bovenstaande klachten, dient altijd eerst een arts lichamelijke oorzaken uit te sluiten.

Saboterende angst.

Terwijl "normale" angst nuttig is, kan "abnormale" angst ons gedrag zodanig beïnvloeden dat we soms bepaalde situaties, die in feite ongevaarlijk zijn, gaan mijden of ontvluchten. Is dit gedrag gekoppeld aan een hevige en aanhoudende vrees voor specifieke situaties, dingen of mensen dan spreken we van een fobie. Zo kan men bij contacten met anderen dermate verlegen, onhandig enlof vol schaamte zijn, dat een totale verkramping ontstaat. Een aantal fobieën bij elkaar zorgen voor een algemene of "vrij folterende angst', waarvan de bron voor de persoon zelf vaag en onbekend blijft. Maar ook "normale" angst, zoals die verbonden aan een ziekte, kan een ondermijnende werking hebben. Denk aan een hartaanval die voor het eerst optreedt of aan kanker die zich langzaam ontwikkelt. Terwijl de angst dat er op een eerste hartinfarct meer zullen volgen logisch is, kan deze het ziekteverloop ongunstig beïnvloeden. Bij een zich langzaam voortschrijdende aandoening als kanker heeft angst eveneens een schadelijke werking. Concluderend kan worden gesteld dat het er niet om gaat of uw angst "abnormaal" of "normaal" is, maar om er iets aan te doen. Wat telt is dat u er onder lijdt en er schade van ondervindt. In deze gevallen is het raadzaam dat u zich wendt tot een hulpverlener of arts.