Ruimtelijke fobieën

Ruimtelijke fobieën of niet-reële angsten gaan bijna altijd gepaard met sterke lichamelijke prikkels zoals een bonkend hart, hyperventilatie, verandering van lichaamstemperatuur en desoriëntatie.
Het is onduidelijk hoeveel mensen een fobie hebben. Er wordt waarschijnlijk veel geleden in stilte.Typisch voor een fobie is de excessieve reactie. Het is voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen waarom mensen zo reageren.
Ergens rond het vijfde of zesde levensjaar komen we te weten wat wel en wat niet eng of vies wordt gevonden. Daar bestaan tussen gezinnen grote verschillen in. Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen met een fobie vaak een groter aantal zaken vies en eng vinden dan anderen. De kans op fobieën bij kinderen is ook groter als een van de ouders zelf een fobie heeft. Erfelijke aanleg speelt ook een rol. Uit onderzoek bij eeneiige tweelingen blijkt dat als een van hen een angststoornis heeft, zoals een fobie, de kans groot is dat de ander haar ook ontwikkelt, ook als beiden afzonderlijk zijn opgevoed.
Hoe fobieën ontstaan is onduidelijk. Er is lang getheoretiseerd over de evolutionaire noodzaak om bang te zijn voor dieren zoals beren, haaien en giftige insecten. Maar dat verklaart niet waarom mensen ook bang kunnen zijn voor onschuldige diertjes als spinnen of kakkerlakken. Er bestaan geen aanwijzingen dat die beestjes vroeger heel gevaarlijk waren. De laatste jaren wint de stelling terrein dat sommige dieren bij alle mensen gevoelens van walging oproepen, waarbij er zich bij een klein deel van de zeer 'walgingsgevoeligen' een specifieke fobie kan ontwikkelen. Dit hangt vooral samen met de beweeglijkheid van de diertjes en de mate waarin ze in de leefomgeving voorkomen. Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat fobieën in alle culturen voorkomen, met aanmerkelijke interculturele verschillen. In India bijvoorbeeld, vindt men spinnen heel wat minder eng dan in Nederland.
Vrouwen hebben beduidend meer last van fobieën dan mannen. Van alle patiënten die zich melden is ongeveer 90 procent vrouw. We denken dat fobieën bij mannen minder voorkomen omdat die al vroeg geacht worden stoer te zijn en de confrontatie met griezelige dingen aan te gaan. Het vermijdingsgedrag dat bij het in stand houden van fobieën zo'n belangrijke rol speelt, wordt van vrouwen gemakkelijker geaccepteerd. Wat mogelijk ook meespeelt is het gegeven dat vrouwen zich gemakkelijker laten behandelen.. Het vermoeden bestaat dat er veel onbehandelde fobiepatiënten rondlopen. De meeste mensen lossen hun fobie zoveel mogelijk op door vermijding van wat hun zo angstig maakt. Mensen moeten in het dagelijks leven heel veel last van hun fobie hebben voordat ze zich melden voor behandeling. Een confrontatie met het object van de fobie is de uiteindelijke test of men is verlost van de fobie. Mensen moeten aan den lijve ondervinden dat waar ze bang voor waren niet zo erg is hoe het leek.
Ongeveer 80 procent van de patiënten is na 2 of drie sessies van haar (of zijn) fobie af. Bijvoorbeeld in het geval van een spinnenfobie krijgt men aan het eind van de behandeling de suggestie mee mee om een paar keer per jaar op zoek naar spinnen te gaan om ze te vangen en uit huis te verwijderen. Dat voorkomt dat de patiënt in een oude fout vervalt en spinnen gaat mijden.

Vliegangst

angst om te vliegen en neer te storten, meestal echter de angst om opgesloten te zijn en er niet uit te kunnen, zie ook claustrofobie (zie bij testimonials: clienten aan het woord)

Rijangst

niet-reële angst voor autorijden meestal op de snelweg en angst om controle te verliezen

Straatvrees

agorafobie, straatfobie of pleinvrees genoemd, angst om een bepaalde afstand van het huis te overbruggen en daar in paniek te raken

Reisangst

angst om op reis of ver van huis te gaan, daar ziek te worden of om controle te verliezen

Claustrofobie

ruimtevrees - angst om opgesloten te zitten in een afgesloten ruimte, tussen mensen of in een lift, vaak durft men ook een toiletdeur niet op slot te doen

Liftangst

vorm van claustrofobie (zie bij testimonials: clienten aan het woord)

Hoogtevrees

angst om op een bepaalde hoogte de controle over zichzelf te verliezen

Watervrees

angst om in- of op het water de controle over zichzelf te verliezen en/of angst om te verdrinken, terwijl men meestal goed kan zwemmen

Geluidenangst

angst voor bepaalde geluiden of overmatige geïrriteerdheid bij het horen van bepaalde geluiden. Dit kan ieder geluid betreffen.

Onweerangst

angst voor onweer kan zich uiten in volkomen paniek bij het horen en zien van onweer, in ernstiger mate verstopt iemand zich onder het bed of in de kelder.

Spinnenfobie

als een confrontatie met een spin of kakkerlak leidt tot hartkloppingen, een onbedwingbare neiging om te vluchten en een allesoverheersende angst, kan er sprake zijn van een fobie.Verreweg de meest voorkomende dierfobie is die voor spinnen. De kans op het ontwikkelen van een specifieke fobie is voor alle mensen gedurende hun hele leven ongeveer 10 procent. Sommige therapeuten leggen een verband met de angst voor de (boze) moeder.

Ontlasting verliesangst

de angst om van huis aandrang te krijgen om ontlasting te verliezen en geen controle te hebben over de darmen. Over het algemeen een wat ernstiger probleem dat meestal zeven sessies personal coaching vereist.

Urineverliesangst

angst om in bepaalde situaties de controle over de blaas te verliezen. Dit kunnen zowel ruimtelijk- als sociaal verbonden situaties zijn, meestal betreft het een combinatie van beide.