Hoeveel mensen stotteren?

In Nederland zijn ongeveer 175.000 mensen die stotteren (ongeveer 1 procent). Naar schatting bedraagt het totaal aantal stotterende personen in de Europese Unie ruim 3,4 miljoen.

Is groepstherapie beter dan individuele therapie?

Veel stotteraars hebben spreekangst, net als het grootste deel van de Nederlanders een bepaalde spreekangst voor grote groepen heeft. Groepstherapie kan als doel hebben het zelfvertrouwen, om in een groep te spreken, te vergroten. Mensen met een gemeenschappelijk probleem kunnen elkaar in een groep moreel steunen. Voor training in spreektechnieken geeft een groep vaak weinig mogelijkheid tot maatwerk, vooral als bijvoorbeeld slechts één soort adem- of spreektechniek wordt aangeboden. Als spreekangst niet de belangrijkste factor is kan individuele therapie effectiever zijn.

De Mee-denkers geven ook workshops Familieopstellingen, waar de bron van het stotteren wordt gezocht in verstrikkingen en onbewuste ladingen vanuit het familiesysteem. De bedoeling van de hulpvraag tijdens zo'n workshop is om de verstrikking onder het probleem op te lossen en intrapsychische spanning te ontladen. Deze vorm van werken wordt dan gecombineerd met de individuele Kernfusietraining en de zelfhulp-cd's.

Heeft stotteren iets te maken met verkeerd ademen?

Al eeuwen is bekend dat bij een 'stotter' de adem gespannen of geblokkeerd is. Ademregulatie kan op diverse manieren aangeleerd worden:
ontspanningsoefeningen, loslaattechnieken en flankademhaling zijn hulpmiddelen om goede adem/ spreek- technieken te leren. Ademregulatie alleen is meestal niet genoeg.Daarbij is het aanleren van een nieuw adempatroon niet makkelijk omdat het ademen wordt geregeld vanuit het ruggemerg en niet vanuit de hersenen. Het is een grotendeels onbewust proces. Het mooiste is natuurlijk als de bron van de onbewuste spanning wordt opgelost en dat het symptoom zich niet meer hoeft voor te doen.

Waarom stottert iemand soms wel en soms niet?

Stotteren wordt vaak uitgelokt door stress. Iemand die stottert zal dan ook vooral haperen als hij gespannen of opgewonden is. De zwakke aanleg voor de timing van spreekbewegingen vormt de basis voor de snellere ontregeling van het spreken. De bijkomende angst of nervositeit zet de spreekspieren nog meer onder spanning.

Er zijn echter veel individuele verschillen: bij de één is het stotteren sterk gekoppeld aan bepaalde situaties en/of personen, terwijl het stotteren bij de ander altijd en overal ongeveer hetzelfde is. In veel gevallen zorgt stotterangst of angst voor de omgeving ervoor dat een stotteraar zijn controle verliest. Als een stotteraar een speech of een voordracht moet houden, kan hij zo lang op de moeilijke woorden oefenen (of deze vermijden) dat de tekst er in één keer uitkomt. Luisteraars hoeven dan niet eens te merken dat de spreker een stotteraar is; in feite stottert hij "in zijn hoofd". Wanneer er weinig eisen gesteld worden aan een gesprek, is het waarschijnlijk dat iemand ook minder zal stotteren. Dit is bijvoorbeeld het geval bij praten tegen kleine kinderen of huisdieren of bij hardop voorlezen als er niemand bij is.

Waarom zijn er meer mannelijke dan vrouwelijke stotteraars?

Op de peuterleeftijd is de verhouding tusen jongens en meisjes die stotteren 2:1. Tijdens de basisschoolleeftijd is dit naar schatting 4:1. Na de puberteit zou de verhouding zich nog sterker in het nadeel van het mannelijke geslacht ontwikkelen. Vermoed wordt dat de snellere rijping bij meisjes, met name van taal en motoriek, hierbij een rol speelt. Daarnaast zouden jongens een grotere kans op overerving van de aanleg voor stotteren hebben.

Hoe kan het dat iemand soms pas op latere leeftijd gaat stotteren?

Het komt weinig voor dat iemand pas op latere leeftijd gaat stotteren. Meestal is een plotseling optredend emotioneel trauma de aanleiding. Zoals het overlijden van een geliefde of een ongeluk. Bij een goed (begeleid) verwerkingsproces zal geen gewoontevorming optreden.
Soms begint stotteren in de puberteit. Ook dan is het zaak snel een stottertherapeut te raadplegen om de oorzaken te analyseren en een aanleerproces te voorkomen.

Welke uitslag geeft hersenonderzoek?

Hersenonderzoek, zoals een EEG, geeft geen specifieke uitslag wat betreft het stotteren. De huidige vernieuwde technieken, zoals CT- en PET-scans laten wel verschillen zien tussen stotteren en niet-stotteren, echter deze zijn nog erg divers en kunnen nog niet geïnterpreteerd worden.

Hoe kun je het best reageren op een stotteraar?

Het meest algemene advies hoe te reageren op een stotteraar is 'gewoon'. Luister naar wat hij zegt, doe niet schichtig. Ga vooral niet luider of breedsprakiger praten. Vraag eventueel aan de stotteraar zelf of hij/ zij aangevuld wil worden. Meestal is dit niet wenselijk.