Beginstotteren en chronisch stotteren

Beginstotteren kan worden veroorzaakt door bijv. gejaagd praten, gebrek aan aandacht door ouder(s) of door opwinding, een grote angst of hevige schrik, een shock of een andere traumatische ervaring. Beginstotteren treedt meestal op bij jonge kinderen en slechts bij uitzondering op latere leeftijd. Beginstotteren kan uitgroeien tot een chronische vorm.

Chronisch stotteren is te zien als een aangeleerd automatisme van verkeerd denken en doen tijdens het spreken, dat na verloop van tijd een tweede natuur is geworden. Hoewel de uiterlijke kenmerken (zoals spanning tijdens het spreken, herhaling of aanhouden van bepaalde klanken, bijgeluiden en/of snakken naar adem tijdens het spreken) van beginstotteren en chronisch stotteren overeen kunnen komen, maken wij een onderscheid tussen beginstotteren en chronisch stotteren.

Het verschil tussen chronisch stotteren en beginstotteren ligt opgeborgen in het feit dat bij chronisch stotteren de hoor- en zichtbare kenmerken gepaard gaan met iemands overtuiging dat hij 'niet kan'. De 'ik kan'-gedachte met betrekking tot spreken heeft zich niet kunnen ontwikkelen of is om de één of andere reden teloorgegaan, waardoor deze persoon de belemmerende overtuiging heeft gekregen niet vloeiend te kunnen spreken. Deze belemmerende gedachten leveren een onzeker gevoel op. Dit gevoel wordt in de praktijk steeds weer bevestigd. De chronische vorm van stotteren, die in tegenstelling tot beginstotteren gepaard gaat met psychische componenten zoals woordangst, spreekangst, vermijdingsgedrag en/of sociale problemen, noemen wij 'niet-natuurlijk spreken'.

'Normale' sprekers, die uiteraard ook wel eens stotteren of even hakkelen, noemen wij 'natuurlijke sprekers'. In het hiernavolgende plaatje wordt het verloop van het niet-natuurlijke automatisme 'stotteren' en het natuurlijke automatisme 'natuurlijk spreken' naast elkaar belicht. Als beginstotteren optreedt, bestaat er altijd een risico, dat dit zich ontwikkelt tot een chronische vorm. Des te gevoeliger het kind, des te groter is die kans. Het stellen van een diagnose bij jonge kinderen is ten zeerste af te raden omdat het gevoel, dat er met hem/haar 'iets aan de hand is' voor een kind een eerste stap kan zijn op weg naar chronisch stotteren. Als de kern wordt weggenomen, verdwijnen ook automatisch de symptomen, zonder dat daaraan ook maar enige aandacht wordt besteed.