Bert Hellinger noemt dit verstrikkingen of familie zielverwarringen.

De moeder is hierin de "eeuwige" verdrietige moeder, die dit niet aankan, en in feite, bij gebrek aan het gezamenlijk doorleven van de rouwfase, de verloren kinderzieltjes achterna is gegaan, en daardoor in feite niet beschikbaar als partner en als moeder.

In feite ligt hier de oorsprong van de tragedie van de beide ouders. Dat zij op dat moment niet in staat waren samen het verdriet aan te kunnen is hun noodlot. Dat wil overigens niet zeggen dat dit gezinsverdriet niet te repareren zou zijn, nu de echtelieden veel wijzer en ouder zijn geworden. Daar is wel moed voor nodig en het is noodzakelijk om trots en rancune los te laten. Uit piëteit naar de dode en nog levende kinderen en het verdere nageslacht zou het goed zijn als dit niet wordt doorgegeven aan de opvolgende generaties.