De kenmerken van de stadia

Trance, in welke vorm dan ook, is bij mensen ook in het dagelijks bewustzijn waar te nemen. Er is kennelijk een gebied tussen het 'waken' en 'slapen', waar mensen zich in het dagelijks leven ook af en toe in blijken te bevinden. Dit wordt dan de spontaan optredende alledaagse trance genoemd. Iedereen, die autorijdt, zal herkennen dat, als je vaak de zelfde afstand in een auto rijdt dat je dan ook wel eens terugschrikt en je realiseert dat je een bepaald stuk niet bewust hebt gereden. Een waker in je zelf neemt het stuur over (de automatische piloot), terwijl jij wat wegdroomt met je gedachten. Tot zover in het kort iets over het begrip en bewustzijnstoestand hypnose/trance.

Hypnotherapie als zelfstandige therapievorm versus hypnose als hulpmiddel bij verschillende therapievormen.

Omdat mensen in hypnose meer open en ontvankelijk zijn voor suggesties werd en wordt hypnose in bepaalde gevallen als hulpmiddel bij therapie gebruikt. Hypnose wordt als hulpmiddel gebruikt in de lichamelijke gezondheidszorg (medisch model), in cognitieve- en gedragstherapie (behaviouristisch model), in psychodynamische therapie, in relatie en gezinstherapie (communicatiemodel) en in transpersoonlijke therapie. Bij deze therapievormen wordt hypnose als een techniek gezien in de gereedschapskist van andere therapievormen. Door een aantal therapeuten wordt hypnose dan ook als hulpmiddel gezien.
Het Gilde, net als de EAP en de EAHP ziet de hypnotherapie als een zelfstandige therapievorm, waarbij de hypnotherapeut niet alleen maar iemand in hypnose brengt of regressies laat ondergaan. In tegendeel. Hij herkent ook de spontaan opgetreden hypnotische trance, of induceert deze zo nodig en benut deze ook optimaal door passende interventies. De moderne hypnotherapeut behandelt de cliënt vanaf het eerste contact tot en met het einde van de therapie volgens een eenduidige hypnotherapeutische benadering en attitude. De behandeling richt zich op verschillende doelen en niveaus tegelijk: beïnvloeden van somatische processen; reorganisatie van de psychodynamiek; verandering van conditioneringen; bewerking van het sociale communicatiesysteem; verbinding met de 'zijnsgrond'. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de hierna nog te beschrijven vier vormen van hypnotherapie.
Bij al deze vier vormen stimuleert en motiveert de hypnotherapeut de cliënt actief tot het direct ervaren en beleven alsmede het veranderen van de beleving van de klacht. De therapeut bemoeit zich niet met de inhoud (het 'wat') maar des te meer met het proces (het 'hoe').
Hierin onderscheidt de aanpak van de moderne hypnotherapeut zich wezenlijk van de eerder genoemde therapievormen. Bij de hulpvraag wordt de cliënt als een multi-dimensioneel wezen beschouwd. De mens is immers een dwarsdoorsnede van alle bestaansdimensies. We zijn zowel materie (lichaam), zoogdier (emoties en driften en voorwaardelijke reflexen en conditionering), individu (ik-bewustzijn en keuze), religie (sociale communicatie) en Hoger bewustzijn ( Hoger Zelf). Klachten worden volgens deze visie veroorzaakt door een combinatie van fysiek, psychodynamische, conditionerings, sociale en spirituele patronen. In elke ervaring van een mens zijn deze dimensies aanwezig en hebben deze dimensies een wisselwerking op elkaar. Bij klachtenbehandeling dienen deze dan ook in de therapie betrokken te worden.

Een voorbeeld van hoe een klachtenpatroon ontstaat verheldert misschien de multi- dimensionele zienswijze, stel:
Een kind leert van moeder om haar te behagen, om goedkeuring, aandacht en liefde van haar te krijgen. Hiertoe leert het kind een aantal gedragingen, die onder behagen vallen. Dit is de conditionering uit het behaviouristische model en de inadequate communicatie uit het communicatiemodel. Om het behagen vol te houden moet het kind zijn/haar eigen behoeften en gevoelens verdringen. Dit is het intrapsychisch conflict uit het psychodynamisch model. Om die gevoelens (inclusief boosheid over het niet geaccepteerd worden door moeder en behoeften te verdringen en om het behaaggedrag vol te houden zal het kind lichamelijk bepaalde spieren moeten spannen. De ingehouden boosheid kan zo bijvoorbeeld leiden tot hoofdpijn vanuit gespannen nekspieren. Dit is de fysiologische dimensie van het medisch model. Later zoekt deze cliënt als volwassene een liefdesrelatie en gaat een ander behagen, met het doel liefde te ontvangen. Die ander reageert niet met liefde op deze indirecte manipulatie, waardoor de relatie niet loopt. Dit is weer de disfunctionele relatie uit het communicatiemodel. Door de identificatie met het behaaggedrag en het verdringen van de eigen gevoelens en behoeften, raakt de cliënt het contact met zich zelf en de wereld kwijt. Dit is de zelfvervreemding uit het transpersoonlijke model.
Bovenstaand voorbeeld geeft aan dat het zinnig en zelfs noodzakelijk is om de mens als een multi-functioneel wezen te benaderen om effectief therapie te doen. Deze benadering is heel specifiek voor de moderne hypnotherapie.